Sloka 12.9

atha cittaṁ samādhātuṁ, na śaknoṣi mayi sthiram
abhyāsa-yogena tato, mām icchāptuṁ dhanañjaya

Woord-voor-woord-vertalingen:
atha — als, daarom; cittam — de geest; samādhātum — vestigen; na — niet; śaknoṣi — je bent in staat; mayi — op Mij; sthiram — onwankelbaar; abhyāsa-yogena — door de beoefening van devotionele dienst; tataḥ — dan; mām — Mij; icchā — een verlangen; āptum — krijgen; dhanam-jaya — o overwinnaar van rijkdom, Arjuna.
Vertaling:
Beste Arjuna, o overwinnaar van rijkdom, als je niet in staat bent je geest met onverdeelde aandacht op Mij te concentreren, volg dan de regels en bepalingen van bhakti-yoga. Ontwikkel zo het verlangen om Me te bereiken.
Commentaar:

In dit vers worden twee verschillende methoden van bhakti-yoga aangegeven. De eerste heeft betrekking op iemand die door transcendentale liefde werkelijk aantrekking voor de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods, Kṛṣṇa, heeft ontwikkeld. De tweede methode is voor iemand die geen aantrekking voor de Allerhoogste Heer heeft ontwikkeld door transcendentale liefde. Voor deze tweede groep bestaan er verschillende voorgeschreven regels en bepalingen, die men kan volgen om uiteindelijk verheven te worden tot het niveau waarop men aangetrokken zal zijn tot Kṛṣṇa.

Bhakti-yoga houdt in dat men de zintuigen zuivert. Nu zijn de zintuigen in het materiële bestaan altijd onzuiver, omdat ze worden gebruikt voor zinsbevrediging. Maar door het beoefenen van bhakti-yoga kunnen deze zintuigen gezuiverd worden en in een gezuiverde staat komen ze direct in contact met de Allerhoogste Heer. In dit materiële bestaan mag ik dan op een bepaalde manier in dienst zijn bij een baas, maar ik dien die baas niet uit liefde. Ik dien hem uitsluitend om wat geld te verdienen. En de baas is ook niet vol liefde; hij betaalt me voor mijn diensten. Op die manier is er geen sprake van liefde. Maar in het spirituele leven moet men naar het zuivere niveau van liefde worden verheven. Dat niveau van liefde kan worden bereikt door devotionele dienst te beoefenen met de huidige zintuigen.

Deze liefde voor God is nu in een sluimerende toestand aanwezig in het hart van iedereen. En liefde voor God is daar op verschillende manieren aanwezig, maar ze is onzuiver door het contact met de materiële energie. Het hart moet gezuiverd worden van dit contact met de materiële energie en de sluimerende, natuurlijk liefde voor Kṛṣṇa moet worden opgewekt. Dat is het hele proces.

Om de regulerende principes van bhakti-yoga te beoefenen, moet men onder begeleiding van een deskundige spiritueel leraar bepaalde principes volgen: men moet ’s ochtends vroeg opstaan, een bad nemen, de tempel binnengaan en gebeden opzeggen en Hare Kṛṣṇa chanten, daarna bloemen plukken om aan de Beeldgedaante te offeren, eten koken om aan de Beeldgedaante te offeren, prasāda nemen enz. Er bestaan verschillende regels en bepalingen die men moet volgen. En men moet voortdurend van zuivere toegewijden de Bhagavad-gītā en het Śrīmad-Bhāgavatam horen. Het beoefenen hiervan kan iedereen helpen om het niveau van liefde voor God te bereiken; zo is men er zeker van dat men het koninkrijk van God zal bereiken. Het beoefenen van bhakti-yoga volgens de regels en bepalingen en onder begeleiding van een spiritueel leraar, zal iemand zeker tot het niveau van liefde voor God brengen.

sloka 12.8                                                                                                  sloka 12.10