Sloka 6.24

sa niścayena yoktavyo, yogo ’nirviṇṇa-cetasā
saṅkalpa-prabhavān kāmāṁs, tyaktvā sarvān aśeṣataḥ
manasaivendriya-grāmaṁ, viniyamya samantataḥ
Woord-voor-woord-vertalingen:
saḥ — dat; niścayena — met een sterke vastberadenheid; yoktavyaḥ — moet beoefend worden; yogaḥ — yogamethode; anirviṇṇa-cetasā — zonder af te wijken; saṅkalpa — mentale speculaties; prabhavān — voortkomen uit; kāmān — materiële verlangens; tyaktvā — opgevend; sarvān — alle; aśeṣataḥ — volledig; manasā — door de geest; eva — zeker; indriya-grāmam — de volledige verzameling zintuigen; viniyamya — regulerend; samantataḥ — aan alle kanten.
Vertaling:
Yoga moet met vastberadenheid en vertrouwen worden beoefend, zonder van het pad af te wijken. Daarnaast moet men alle materiële verlangens, die voortkomen uit mentale speculatie, zonder uitzondering opgeven om zo alle zintuigen aan alle kanten met de geest te beheersen.
Commentaar:

Wie yoga beoefent, moet vastberaden zijn en zijn oefeningen geduldig uitvoeren, zonder zich te laten afleiden. Hij moet ervan overtuigd zijn dat hij uiteindelijk succes zal behalen en moet met grote volharding doorgaan en niet ontmoedigd raken als het succes enigszins op zich laat wachten. Een strikte beoefenaar is verzekerd van succes. Over bhakti-yoga zegt Rūpa Gosvāmī:

utsāhān niścayād dhairyāt, tat-tat-karma-pravartanāt
saṅga-tyāgāt sato vṛtteḥ, ṣaḍbhir bhaktiḥ prasidhyati

‘Men kan succes bereiken in het proces van bhakti-yoga door oprecht enthousiasme, volharding, vastberadenheid, door het vervullen van de voorgeschreven plichten in de omgang met toegewijden en door alleen bezig te zijn met activiteiten in goedheid.’ (Upadeśāmṛta 3)

Wat vastberadenheid betreft moet men het voorbeeld volgen van de mus die haar eieren verloor in de golven van de oceaan. Een mus legde haar eieren eens op het strand van de oceaan, maar de grote oceaan nam de eieren mee op haar golven. De mus raakte volkomen overstuur en vroeg de oceaan om haar eieren terug te geven. De oceaan nam haar verzoek niet eens in overweging. Daarop besloot de mus de hele oceaan droog te leggen. Met haar kleine snavel begon ze het water uit de oceaan te halen en iedereen lachte haar uit om haar onmogelijke vastberadenheid. Het nieuws van haar activiteiten verspreidde zich en uiteindelijk kreeg Garuḍa het te horen, de gigantische vogel die Heer Viṣṇu draagt. Hij kreeg medelijden met zijn kleine zusje en besloot haar op te zoeken. Garuḍa was zeer tevreden over de vastberadenheid van de kleine mus en beloofde te helpen. Meteen vroeg Garuḍa de oceaan om de eieren terug te geven, anders zou hij persoonlijk het werk van de mus overnemen. De oceaan werd bang en gaf de eieren terug. Op die manier werd de mus weer gelukkig door de genade van Garuḍa.

Op dezelfde manier kan het beoefenen van yoga, in het bijzonder bhakti-yoga in Kṛṣṇa-bewustzijn, moeilijk lijken. Maar als iemand de principes met grote vastberadenheid volgt, zal de Heer zeker helpen, want God helpt degenen die zichzelf helpen.

sloka 6.20-23                                                                                                             sloka 6.25