Sloka 1.40

adharmābhibhavāt kṛṣṇa, praduṣyanti kula-striyaḥ
strīṣu duṣṭāsu vārṣṇeya, jāyate varṇa-saṅkaraḥ

Woord-voor-woord-vertalingen: 
adharma — goddeloosheid; abhibhavāt — overheersend geworden; kṛṣṇa — o Kṛṣṇa; praduṣyanti — raken verdorven; kula-striyaḥ — de vrouwen van de familie; strīṣu — door het vrouwelijk geslacht; duṣṭāsu — zo besmet; vārṣṇeya — o afstammeling van Vṛṣṇi; jāyate — ontstaat; varṇa-saṅkaraḥ — onwenselijk nageslacht.
Vertaling: 
Wanneer goddeloosheid in de familie de overhand heeft, o Kṛṣṇa, vervallen de vrouwen van de familie in losbandigheid en het gevolg van de verdorvenheid van vrouwen, o afstammeling van Vṛṣṇi, is onwenselijk nageslacht.
Commentaar: 

Een goede bevolking in de menselijke samenleving is het basisprincipe van vrede, voorspoed en spirituele vooruitgang in het leven. De principes van de religie van varṇāśrama waren zo ontworpen, dat een goede bevolking de overhand zou hebben voor de spirituele vooruitgang van de staat en de hele gemeenschap. Zo’n bevolking hangt af van de kuisheid en trouw van het vrouwelijk geslacht. Net zoals kinderen zeer vatbaar zijn voor misleiding, zo zijn vrouwen ook zeer vatbaar voor ontaarding. Zowel kinderen als vrouwen hebben daarom bescherming nodig van oudere familieleden. Door bezig te zijn met verschillende religieuze praktijken, zullen vrouwen niet tot overspel worden verleid. Volgens Cāṇakya Paṇḍita zijn vrouwen over het algemeen niet erg intelligent en daarom onbetrouwbaar. De verschillende familietradities moeten hen daarom altijd bezighouden, zodat ze door hun kuisheid en devotie geboorte zullen geven aan een goede bevolking, die geschikt is om te functioneren binnen het varṇāśrama-stelsel. Wanneer dit varṇāśrama-dharma faalt, zullen de vrouwen vanzelfsprekend vrij zijn in hun activiteiten en hun omgang met mannen en op die manier zullen ze zich aan overspel overgeven, waardoor een risico op onwenselijk nageslacht ontstaat. Ook mannen zonder verantwoordelijkheidsgevoel veroorzaken overspel in de samenleving en op die manier overspoelen onwenselijke kinderen het menselijk ras met het gevaar van oorlog en ziekten.

sloka 1.39                                                                                                  sloka 1.41